Interview met Rob

Rob Ruggenberg.
Foto © Piet den Blanken
— Waarom heb je Slavenhaler geschreven?
"Ik ben in Ghana geweest, dat ligt in West-Afrika, en ik heb mij daar verbaasd over al die Nederlandse slavenforten die daar nog steeds langs de kust liggen. Ik heb ook veel in Zuid-Amerika rondgereisd en daar wonen de nakomelingen van de slaven die wij uit Ghana hebben gehaald. Slavenhandel en slavenarbeid zijn belangrijk geweest voor Nederland. Er zijn niet veel jeugdboeken over."
— Hoe kwam je op het idee?
"Op het strand van Westkapelle (in Zeeland) vond ik een raar schelpje. Ik zocht uit wat het was: een boesje, een betaalschelpje, waar de Nederlandse slavenhandelaren in Afrika de slaven mee kochten. Dat schelpje was in Zeeland in zee terechtgekomen na de schipbreuk van een VOC-schip dat zakken vol boesjes aan boord had. Het schelpje heeft jarenlang op mijn bureau gelegen. Ik keek er vaak naar, ik wilde er een boek over schrijven, maar ik wist niet wat voor boek."
— Waar gaat Slavenhaler over?
"Over een bruin meisje en over een blanke jongen, die onvoorstelbare moeilijkheden overwinnen om samen te kunnen zijn. Het is een verhaal over vrijheid en slavernij, over Afrika, over gevaarlijke tovenaars en wrede slavenhandelaren, over een vreselijke reis op een woeste zee, over wrede matrozen, over een wraakzuchtige jongen met een houten been... en over menseneters."
— Menseneters?
"Nederland had in die tijd een kolonie in Noordoost-Brazilië. Daar stonden suikerplantages, maar de Nederlanders vonden het te zwaar werk om zelf dat suikerriet te snijden en daar suiker van te maken. Daar namen ze dus zwarte slaven voor. Maar die slaven liepen natuurlijk weg zodra ze de kans kregen, en Nederlandse soldaten joegen dan op ze, met hulp van Tapoeyers. Dat waren hele wilde indianen, echte kannibalen. Weggelopen slaven waren doodsbang voor die Tapoeyers."
— Ik wist niet dat Nederland ook in Brazilië een kolonie had?
"Dat weet bijna niemand. Als je slavernij zegt, denkt iedereen altijd aan Suriname en de Antillen. Maar de Nederlanders zaten al tientallen jaren in Noord-Brazilië voordat wij Suriname en de Antillen in bezit namen. We zijn niet zo lang in Brazilië gebleven, maar toch was die periode heel belangrijk. Op de suikerplantages in Brazilië hadden wij zoveel slaven nodig (ze stierven bij bosjes), dat wij ze zelf uit Afrika gingen halen. Daar lag dus het allereerste begin van de Nederlandse slavenhandel. Dit speelt in het boek een rol."
— Een heel ander boek dan je vorige dus?
"Ja en nee. Natuurlijk ging Het verraad van Waterdunen over een ander onderwerp: de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje. Maar beide boeken gaan over kinderen die plotseling, van het ene op het andere moment, terechtkomen in de harde, gemene wereld van de volwassenen. Kinderen kunnen dan heel dapper zijn. Dat was vroeger zo en dat is nog steeds zo. Ik vind het belangrijk om daar over te schrijven."
— Ben je nog meer boeken aan het schrijven?
"Ik heb een boek geschreven over New York in de tijd dat het nog Nieuw-Amsterdam heette, 400 jaar geleden dus. Het boek heet Manhatan. Het gaat over drie kinderen die tijdens een vreselijke periode proberen te overleven. Als je op deze link klikt kun je er van alles over lezen."
"En nu ben ik bezig aan een boek over twee Inuit-kinderen die terechtkomen op Jan Mayen. Dat is een eenzaam eilandje in de Noordelijke IJszee, dat in de 17de eeuw gebruikt werd door Nederlandse walvisvaarders."
— Hoe gaat dat boek heten?
"Dat weet ik nog niet. Misschien Bevroren eiland, dat is nu mijn werktitel. Ik hoop het klaar te hebben voor de winter van 2010."

|